Terrasjargon uitgelegd
In een offerte voor een terras staan woorden die buiten het vak niemand gebruikt. Chape, stabilisé, ontkoppelingsmat, afschot. U hoort ze, u knikt, en thuis vraagt u zich af wat u nu eigenlijk besteld heeft. Hieronder staat elk woord uitgelegd zoals we het ook aan de keukentafel zouden zeggen — zodat u kan meepraten over uw eigen terras.
Wat er onder uw terras gebeurt
Teelaarde
De bovenste, losse laag tuingrond met organisch materiaal erin. Die kan geen gewicht dragen, dus hij gaat er eerst af — dat is het afgraven waar elke terrasprijs mee begint.
Fundering
De draagkrachtige opbouw onder het terras, aangebracht in lagen die stuk voor stuk verdicht worden. Dit is het onzichtbare werk waar u tien jaar later het verschil aan ziet: bijna elke verzakking komt hiervandaan, niet van de tegel.
Verdichten
Het samenpersen van elke laag fundering met een trilplaat of wals, zodat er geen lucht meer in zit. Niet of onvoldoende verdichten is de meest gemaakte fout bij terrasaanleg: de grond klinkt dan later alsnog in.
Chape
Een zandcementdekvloer die uithardt tot één vast, gebonden vlak, met het afschot er meteen in. De keramische tegel wordt er nadien op verlijmd, zodat hij over zijn hele oppervlak gedragen wordt.
Stabilisé
Een schraler, halfdroog mengsel van zand met weinig cement. Tegels of klinkers worden er rechtstreeks in gelegd en aangeklopt. Het blijft licht waterdoorlatend, wat het geschikt maakt voor platines, kasseien en veel natuursteen.
Afschot
De lichte helling waarmee het terras van de woning weg loopt, zodat regenwater afstroomt in plaats van tegen de gevel te blijven staan. Goed gelegd voelt u het niet onder uw stoel, maar doet het wel zijn werk.
Drainage
Een afvoersysteem onder of naast het terras dat water wegleidt. In poldergrond met zware klei, zoals rond Damme, is dit vaker nodig dan op de zandgrond van het Meetjesland.
Ontkoppelingsmat
Een tussenlaag tussen chape en tegel die de beweging van de ondergrond opvangt, zodat die niet doorwerkt in de tegel. Wij leggen die standaard vanaf formaat 90 × 90, omdat grote platen anders scheuren bij de minste werking.
De materialen waaruit u kiest
Keramiek
Geperste en gebakken kleitegel met een zo goed als dicht oppervlak. Neemt nauwelijks vocht op, blijft kleurvast en hoeft niet behandeld te worden. Verkrijgbaar tot XXL-platen van 120 × 120 en groter.
Natuursteen
Uit de groeve gezaagde steen zoals blauwsteen of graniet. Geen twee stukken zijn identiek, en het vlak krijgt patina met de jaren. Poreuzer dan keramiek, dus baat bij een impregnatie.
Blauwsteen
Belgische hardsteen, blauwgrijs van kleur, veel gebruikt voor terrassen en dorpels. Kan verschillend afgewerkt worden — gezoet, geschuurd of verouderd — wat het uitzicht en de stroefheid bepaalt.
Platines
Kleine gezaagde kasseien van 15 × 15 of 20 × 20 met getrommelde, licht afgeronde randen. Geven een kleinschalig, landelijk beeld met veel voegen — heel anders dan een strak vlak van grote platen.
Flagstones
Onregelmatig gevormde natuursteen platen die als een puzzel in elkaar passen, met bredere voegen ertussen. Vraagt meer legwerk omdat elke plaat zijn plaats moet vinden.
Silexdallen
Tegels met een ruwe, korrelige structuur waarin de kiezel zichtbaar blijft. Dat oppervlak blijft ook nat goed beloopbaar, wat ze populair maakt aan de kust en rond oudere woningen.
Bij plaatsing en afwerking
Verlijmen
De tegel volledig in een lijmbed op de chape plaatsen, zonder holle ruimtes eronder. Noodzakelijk bij keramiek: die is dun en onbuigzaam en wil over zijn hele oppervlak ondersteund worden.
Legverband
Het patroon waarin de tegels liggen — blokverband, halfsteens, wildverband. Bepaalt mee het uitzicht en hoeveel snijverlies er is.
Voegen
De ruimte tussen de tegels, opgevuld met voegmortel of voegzand. Voegen vangen kleine bewegingen op; te hard of te smal voegen leidt tot barsten.
Tegeldragers
Kleine verstelbare voetjes waarop de tegel los rust, gebruikt op een bestaande waterdichte ondergrond. Water loopt tussen de tegels weg, u legt perfect waterpas, en u kunt een tegel later opnemen.
Impregneren
Een behandeling die in natuursteen dringt en het moeilijker maakt voor wijn, olie of vet om een vlek achter te laten. Slijt met de jaren en wordt periodiek hernieuwd. Bij keramiek heeft het geen zin.
Patina
De natuurlijke verkleuring en verzachting die natuursteen met de jaren krijgt. Voor de een een gebrek, voor de ander precies de reden om natuursteen te kiezen.
Nog een woord dat u niet kent?
Stel het gerust bij het plaatsbezoek. Wij leggen liever twee keer uit dan dat u later voor een verrassing staat.
Vraag uw terrasofferte aan